Tips voor het rijden van een perfecte achterwaarts zonder verzet
Een perfecte achterwaarts rijden zonder dat je paard gaat verzetten? Dat is het soort oefening waar je echt trots op bent.
Het voelt als een soort dans, een perfecte harmonie tussen jou en je paard.
Je paard stapt netjes achterwaarts, met een ontspannen rug, en jij zit er relaxed bij. Geen getrek, geen gesteun, gewoon een soepele beweging. Het is de ultieme test voor je samenwerking en het fundament voor zoveel andere oefeningen.
Veel ruiters denken dat achterwaarts rijden een krachtmeting is. Een soort 'wie is er sterker' spelletje.
Maar dat is het absoluut niet. Het gaat over lenigheid, souplesse en begrip. Als je paard verzet toont, is dat geen koppigheid. Dat is een teken dat hij de hulp niet begrijpt, dat hij ergens pijn heeft, of dat jij de hulp te hard of verkeerd geeft.
We gaan het vandaag anders doen. We gaan het zo makkelijk maken dat je paard het bijna niet anders wil.
Waarom is dit eigenlijk zo belangrijk?
Je vraagt je misschien af: waarom besteed ik zoveel tijd aan achterwaarts rijden?
Nou, omdat het de basis is voor zoveel andere dingen. Een paard dat soepel achterwaarts kan, heeft een sterke rug en is in balans. Dit helpt direct bij het aannemen van de teugel, het rijden van wendingen en het verzamelen.
Het is de allerbeste oefening om de achterhand onder het lichaam te laten treden. Denk aan de proeven in de dressuur.
De achterwaarts komt terug in bijna elke klasse. Een nette, ontspannen versie kan je punten schelen.
Maar het gaat verder dan dressuurpunten. Het is een essentieel hulpmiddel voor de algehele gehoorzaamheid en het vertrouwen. Als je paard leert om soepel achterwaarts te bewegen op jouw lichtste hulp, bouw je een diep vertrouwen op. Je laat zien dat je duidelijk bent en dat het samenwerken is, niet dwingen.
De basis: begrip en ontspanning
Voordat je een stap achterwaarts rijdt, moet je paard stilstaan en ontspannen. Dit is het startpunt.
Je paard moet volledig stil staan op de plek. Niet een beetje drukten met de voorbenen, niet wiebelen. Echt stilstaan. Vraag dit eerst los van de teugel.
Gebruik je stem, een licht aanraken van je been. Zodra je paard braaf stilstaat, beloon je meteen met een kriebel of een enkele snoepje (bijvoorbeeld van Pavo SpeediBeet of een stukje wortel).
De ontspanning in het lichaam is de sleutel. Kijk naar de neus. Als die strak omhoog staat en je paard trekt aan de teugels, is er geen ontspanning. De neus moet een klein beetje voor de loodlijn kunnen bewegen, de kaak moet soepel zijn.
Misschien heb je wel een simpel bitloos hoofdstel van HKM of een zacht bitten van Myler die hierbij helpt. Een paard met een ontspannen kaak kan de hulp beter doorgeven aan het lichaam.
De juiste hulpen stap voor stap
Zonder ontspanning aan de voorkant, geen beweging naar achteren. Het is een combinatie van drie dingen die tegelijkertijd gebeuren. Je beenhulp, je zit en je teugel.
Het klinkt ingewikkeld, maar het is eigenlijk heel logisch. Je beenhulp zegt: "ga naar achteren".
Je zit houdt je paard in het gareel en geeft richting. Je teugel zorgt ervoor dat het paard niet vooruit rent. Ze moeten een perfect team vormden.
Begin klein. Vraag om één enkele stap.
Je geeft een klein, duidelijk klopje met je kuit vlak achter het singelgebied. Dit is je 'ga' signaal.
Tegelijkertijd activeer je je onderrug en denk je: "blijf hier". Je paard voelt deze combinatie. Omdat het niet vooruit kan (vanwege je zit en teugel), en wel de prikkel krijgt om te bewegen, moet het de enige optie kiezen: achterwaarts.
Zodra het paard die ene stap zet, is het cruciaal dat je de hulp direct opheft. Direct ontspannen!
Je been gaat los, je rug ontspant, je hand gaat een klein beetje mee. En dan volgt de beloning. Een warme "goed zo!", een kriebel op de hals. Het paard moet meteen voelen: "Ah, goed gedaan!
Dat is wat ik moet doen." Dit is de basis van de clickertraining, maar dan in een paardentaal. De Timing is alles.
Veelvoorkomende problemen en hoe je ze oplost
Je paard gaat steigeren of trekt de mond open? Stop. Meteen. Dit is een teken van verzet.
De oorzaak is bijna altijd dat de hulp te onduidelijk of te hard was. Misschien heb je te veel teugel gebruikt en voelt je paard zich ingesloten. Of je beenhulp was te groot en schrikte hem.
De oplossing is om terug te gaan naar de basis. Eerst weer stilstaan en ontspannen.
Vraag opnieuw, maar nu zachter. Een ander veelgehoord probleem is dat het paard schuin naar links of rechts gaat. Dat betekent dat de hulp aan één kant sterker is, of dat je paard aan die kant minder lenig is. Dit is heel normaal.
Paarden zijn van nature links- of rechtshandig. Gebruik een klein, stil been aan de kant waar hij naartoe wil, en een lichte tegenhulp van de andere teugel.
Je wilt hem recht houden. Een stukje longeren voor de training kan helpen om de spieren soepeler te maken. Als je paard met de voorbenen gaat schuifelen of 'tapdansen' in plaats van netjes met de achterbenen te laten zakken, dan is de balans nog niet goed.
Het paard probeert zijn evenwicht te vinden. Blijf hier kalm. Vraag opnieuw om stil te staan.
Wanneer gebruik je de oefening?
Beloon pas als het paard vier voeten stil heeft gezet. Soms helpt het om je paard eerst een paar passen voorwaarts te laten doen om de spanning eraf te halen, en dan direct de achterwaarts te vragen. De achterwaarts is een prachtig middel om je paard scherp te zetten.
Gebruik het aan het begin van je training als warming-up. Drie of vier passen zijn voldoende.
Dit activeert de achterhand en maakt je paard alert op jouw hulpen. Het zet de toon voor de rest van de rit.
Je paard leert meteen dat je om aandacht en samenwerking vraagt. Het is ook ideaal om te gebruiken vlak voor een oefening die je paard spannend vindt, zoals een volte of een overgang, zeker wanneer je een paard met veel go traint. Door een paar passen achterwaarts te rijden, dwing je je paard om zijn gewicht op de achterhand te nemen en de rug te ontlasten.
Dit helpt hem om makkelijker het tempo te verlagen en de oefeningen beter uit te voeren.
Denk aan de proef van het KNHS, je wilt altijd dat je paard paraat is.
Varianten en materialen om je te helpen
Je hebt niet veel nodig, maar een enkel hulpmiddel kan wonderen doen.
De basis is en blijft je eigen lichaam en timing. Zorg dat je zit goed is, je paard goed is opgeleid en je hulpen zijn afgestemd. Vertrouw daarop. De meeste problemen los je op met een betere communicatie, niet met een nieuw bit of een andere hoofdstel. Voor de beginnende ruiter of het lastige paard kan een simpele longeerlijn helpen.
Je kunt de lijn om de kont van het paard heen slaan (niet strak!) en deze als extra 'stuur' gebruiken. Je kunt ook een longeerlijn via de kont om de singel heen leggen.
Dit geeft een lichte druk op de flanken als je de lijn aangeeft, wat een duidelijker 'ga naar achteren' signaal is.
Dit is een techniek die je soms ziet bij instructeurs of in clinics van bekende trainers. Wat betreft bitgebruik: een zacht, werkbaar bit helpt. Veel ruiters in de dressuurwereld zweren bij bitten van Herm Sprenger of Bombers.
Een combinatie van een zacht mondstuk en een werkzaam systeem zorgt ervoor dat de hulp van de teugel soepel wordt doorgegeven. Als je paard de neiging heeft om zijn hoofd omhoog te gooien, kan een neusriem helpen, maar zorg dat deze niet te strak zit.
Een goed passend hoofdstel is essentieel. Een passend hoofdstel van bijvoorbeeld Eskadron of Kentucky Horsewear zit comfortabel en voorkomt drukpunten. Een andere variatie is het afwisselen met andere oefeningen.
Rijdt een paar passen achterwaarts, dan een paar passen voorwaarts, dan weer stilstaan.
Dit houdt je paard scherp en leert hem om snel te schakelen tussen jouw hulpen. Omdat jouw eigen spanning de hartslag van je paard beïnvloedt, is dit de basis van de 'overgangen' die in de dressuur zo belangrijk zijn.
Je kunt ook proberen om de achterwaarts te combineren met een kleine bocht.
Vraag achterwaarts in een hoekje. Dit is een uitstekende oefening voor de lenigheid.
Praktische tips voor dagelijks succes
Het draait allemaal om herhaling en timing. Wees consequent. Elke keer als je je paard uit het weiland haalt, kun je een paar passen vragen.
Als je hem op stal zet, kun je hem netjes achterwaarts de stal in sturen. Maak er een gewoonte van. Zo leer je je paard dat het een normaal onderdeel is van de omgang, niet iets speciaals of spannends. Hou het kort en positief.
Doe nooit langer dan een minuut oefeningen met achterwaarts. Je paard raakt snel vermoeid en de spieren in de rug raken overbelast.
Drie tot vijf passen is in het begin al een overwinning. Zorg dat je paard het gevoel heeft dat hij het goed heeft gedaan.
Eindig altijd met een beloning. Een goed paard is een beloond paard. Luister naar je paard.
Als je paard aangeeft dat het niet gaat (bijvoorbeeld door te steigeren of te bokken), stop dan. Kijk naar je materiaal.
Zit het bit goed? Zit het zadel comfortabel? Misschien heeft je paard wel last van zijn rug.
Een goede zadelpasser is cruciaal. Een goed zadel van bijvoorbeeld Prestige of Stubben kan wonderen doen, maar een goed passend zadel van een budgetmerk is beter dan een duur zadel dat niet past.
Overweeg ook eens een osteopaat of fysiotherapeut als je vermoedt dat er fysieke blokkades zijn. Voeding speelt ook een rol.
Een paard met voldoende bouwstoffen (uit krachtig voer van Pavo of EquiFirst) herstelt beter en heeft meer energie.
En tot slot: wees geduldig met jezelf. Niemand rijdt direct de perfecte volte van 10 meter. Het is een vaardigheid die je samen ontwikkelt. Vraag een instructeur om eens mee te kijken.
Soms ziet een ander iets wat jij zelf niet doorhebt. Blijf lachen, blijf positief en geniet van het proces.
Je bent op weg om een nog betere ruiter en maatje te worden voor je paard.
En dat is wat telt.