Hoe leer je een jong paard de hulpen voor het wijken voor het been

A
Annemiek van Dijk
Ruiter & Paardenverzorgingsspecialist
Training, Dressuur & Rijlessen · 2026-02-15 · 8 min leestijd

Stel je voor: je staat op de trainingsbaan, de zon schijnt zachtjes over het weiland en je jonge paard kijkt je met een frisse blik aan. Je wilt het leren wijken voor het been, een basisoefening die essentiel is voor elke dressuurcombinatie.

Het is een van de eerste stappen naar het begrijpen van je hulpen en het bouwen van vertrouwen.

Het voelt soms als een dans, waarbij jij leidt en je paard volgt. Dit is hoe je het doet, zonder gedoe en met veel plezier.

Wat je nodig hebt voordat je begint

Voordat je de training start, zorg je dat alles op orde is. Een goede basis voorkomt frustratie bij jou en je paard.

Je hebt een veilige, afgeraste plek nodig, bij voorkeur een binnen- of buitenbak met goed onderhouden bodem.

Zorg dat de omgeving rustig is; geen loslopende paarden in de buurt en geen afleiding van losse hooibalen of drukke ruiters. De uitrusting is simpel maar essentieel. Gebruik een goed passend hoofdstel met een bit dat je paard fijn vindt; een simpele trens van bijvoorbeeld Trust of PS offsprings werkt vaak goed voor jonge paarden.

Een longeerlijn van ongeveer 8 meter is handig, maar je kunt ook starten met alleen het hoofdstel en je been. Draag stevige rijlaarzen of sokken met paardrijlaarzen erover, en een cap is natuurlijk verplicht.

Voor de beloning: neem een paar lekkere snoepjes, bijvoorbeeld Pavo Paddocks of een handvol worteltjes, en een emmertje met water om je paard na afloop te trakteren. Zorg dat je paard fit en gezond is. Controleer of het paard geen pijn heeft, bijvoorbeeld door een slecht zadel of kreupelheid. Een jong paard van 3 of 4 jaar oud heeft nog geen uren training nodig; 10 tot 15 minuten is een prima start.

Zorg dat het paard voldoende heeft gedronken en dat de mest er normaal uitziet.

Een gezond paard leert sneller.

Stap 1: Kies de juiste plek en positioneer je paard

Begin altijd op een rustige, bekende plek. In je eigen bak of op de longeercirkel van 15 tot 20 meter doorsnede werkt het fijnst.

Zorg dat de bodem stevig is, niet te diep en niet te modderig; een goed onderhouden zandbodem voelt veilig voor de hoeven en geeft voldoende grip. Zet eventueel een baksteen of een klein pionnetje neer als markering, zodat je paard een vast punt heeft om omheen te bewegen. Positioneer je paard in het midden van de bak, recht vooruit. Loop zelf een stapje opzij van de hoofdlijn, ongeveer een meter of 2 tot 3 van de schouder van je paard af.

Je staat strak naast je paard, niet erachter. Je hand aan het hoofdstel is ontspannen, de teugelshangen gelijkmatig.

Je paard moet voelen dat je er bent, maar niet onder druk staat.

Kijk je paard vriendelijk aan; een rustige blik stelt het gerust. Veelgemaakte fout: direct achter het paard gaan staan. Dat kan intimiderend werken en je paard gaat schuin of wegdraaien.

Blijf altijd iets opzij staan, zodat je paard je makkelijk kan zien. Controleer ook of het hoofdstel goed ligt; een te strakke neusriem of een bit dat schuurt, leidt af. Neem de tijd voor dit moment; een goede start is het halve werk.

Stap 2: De voorbereidende aanraking en gewenning

Je paard moet wennen aan de druk van je been. Begin met een zachte aanraking met je hand op de flank, net achter het singelgebied. Wrijf zachtjes en praat tegen je paard; vertel wat je gaat doen.

Dit bouwt vertrouwen op. Doe dit een minuut of 2 tot 3, tot je paard ontspannen staat en niet schrikt.

Daarna introduceer je het been. Gebruik je binnenbeen (als je linksrijdt, dus je linkerbbeen) en leg het zacht tegen de buik, net achter het singelgebied.

Druk niet meteen hard; begin met een lichte, constante druk van ongeveer 1 tot 2 seconden. Voel hoe je paard reageert. Als het paard stil blijft staan, is dat goed; beloon direct met een aai over de nek of een snoepje.

Herhaal dit een aantal keer, wisselend van been. Je paard leert dat been druk betekent: "beweging van de andere kant".

Neem pauzes; na 3 tot 5 herhalingen even stappen of rusten. Fouten die je nu maakt: te hard drukken, waardoor je paard schrikt of het been optrekt. Of te snel doorgaan zonder beloning, waardoor je paard de connectie verliest. Blijf rustig en positief.

Stap 3: De eerste stap naar wijken – druk en ontspanning

Nu gaan we echt wijken oefenen. Je paard staat recht voor je, jij staat links naast de schouder.

Je rechterbeen (het buitenbeen) leg je zachtjes tegen de buik, net iets achter het singelgebied.

Druk licht, maar duidelijk, en houd de druk 2 tot 3 seconden vast. Tegelijkertijd beweeg je je linkerschouder lichtjes naar voren, alsof je een klein stapje naar voren doet. Dit geeft aan: "ga zijwaarts".

Je paard zal waarschijnlijk eerst een paar stappen schuin naar voren zetten. Dat is prima! Beloon direct: stop de druk, geef een snoepje en aai je paard.

Herhaal dit 5 tot 8 keer. Als je paard begrijpt dat druk van het been plus schouderbeweging zijwaarts betekent, zal het steeds scherper reageren. Duur per sessie: maximaal 10 minuten. Veelgemaakte fouten: je been te ver naar achteren leggen, waardoor je paard gaat draaien of bokken.

Blijf voor het singelgebied. Ook: te veel teugel gebruiken; je paard moet leren dat het been de hoofdrichting aangeeft, niet de teugel.

Als je paard niet reageert, verhoog dan licht de druk, maar druk nooit met je tenen; gebruik je kuit. Blijf altijd kalm.

Stap 4: De stap vergroten en de hulp verfijnen

Als je paard de basis begrijpt, ga je de stap vergroten. Vraag nu 4 tot 6 stappen zijwaarts.

Je blijft dezelfde hulp geven: buitenbeen druk, schouder naar voren. Als je paard moeite heeft, mag je een klein tikje met je zweep geven op de plek waar je been drukt, maar alleen als extra ondersteuning en nooit hard. Gebruik bijvoorbeeld een korte dressuurzweep van 1 meter, maar alleen als het echt nodig is. Wissel van kant en let daarbij op de positie van je knieën. Oefen zowel links- als rechtsom.

Let op je eigen lichaamshouding: blijf recht zitten en verdeel je gewicht gelijkmatig. Dit is essentieel wanneer je de coördinatie van je paard verbeteren wilt, terwijl je heupen soepel meebewegen met de beweging.

Doe dit 3 tot 5 minuten per kant. Beloon royaal: na elke goede reactie een snoepje of een aai.

Je paard moet het leuk vinden; dwang werkt averechts. Fouten om te vermijden: je paard te snel dwingen tot meer stappen, waardoor het stress krijgt. Of je been te lang laten rusten, waardoor de hulp vervaagt.

Blijf scherp: druk, wacht op reactie, beloon. Als je paard moe wordt, stop dan; een jong paard heeft een korte concentratieboog. Plan trainingen niet vaker dan 3 tot 4 keer per week.

Stap 5: Integratie in de training en beloningen

Als het wijken soepel gaat, kun je de zijgangen verder aanleren in je rijtraining. Start met stappen en oefen het wijken in draf.

Gebruik dezelfde hulp, maar nu vanuit het zadel. Je been druk, schouder voor, en je paard beweegt zijwaarts.

Doe dit in een rechte lijn of in een bocht. Begin met korte stukjes, bijvoorbeeld 5 meter per keer. Beloningen blijven belangrijk. Gebruik een snoepje na elke goede sessie, of een extra lang aai. Als je paard het echt snapt, mag je het ook belonen met een korte pauze of een stappen tussen de oefeningen door.

Zorg dat je paard weet dat het goed doet; dat versterkt het leerproces.

Een goed paardenvoer, zoals een extra portie luzerne na de training, kan ook helpen als beloning en voor spieropbouw. Veelgemaakte fouten: te veel trainingen achter elkaar zonder rust. Een jong paard heeft tijd nodig om te groeien.

Of te veel druk op het bit gebruiken; de hulp moet van het been komen. Blijf experimenteren met hoeveel druk je paard nodig heeft; elk paard is anders. Een paard uit de fokkerij met veel energie heeft soms meer druk nodig dan een rustig type.

Veelgemaakte fouten en hoe je ze oplost

Een veelvoorkomend probleem is dat je paard niet reageert of zelfs wegdraait. Dit gebeurt vaak als je te zacht bent of je been verkeerd plaatst. Los het op door duidelijker te zijn: verhoog de druk lichtjes en zorg dat je schouderbeweging meewerkt.

Blijf geduldig; soms zijn paarden afgeleid door andere paarden of geluiden. Neem ze dan even mee stappen om te kalmeren.

Een andere fout is dat je paard te snel of te hard beweegt, alsof het wil rennen. Dit komt door te veel druk of te veel spanning bij jezelf.

Adem diep in en ontspan je lichaam. Verlaag de verwachtingen; ga terug naar stap 2 en oefen alleen lichte druk. Gebruik een longeerlijn om de beweging te controleren, maar forceer niets.

Een goede stalling met voldoende beweging buiten de training helpt ook; een rustig paard leert beter.

Tot slot: let op je eigen houding. Als je scheef zit of je been schoppend gebruikt, raakt je paard in de war. Oefen voor de spiegel of vraag een instructeur om te kijken. Een lesje bij een instructeur van je rijvereniging kost vaak €40 tot €60 per uur en is het waard voor de feedback. Blijf lachen; paarden voelen je stemming!

Verificatie-checklist: Is je paard klaar?

Als je deze checklist afvinkt, weet je dat je paard de hulpen voor het wijken voor het been beheerst. Blijf oefenen, maar met mate.

Een jong paard blijft groeien; geniet van elk stapje vooruit. Je hebt nu een basis die je verder brengt in de dressuur en je band versterkt. Ga zo door!

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Training, Dressuur & Rijlessen
Ga naar overzicht →
A
Over Annemiek van Dijk

Annemiek is professioneel ruiter en paardenverzorgingsspecialist met 18 jaar ervaring. Ze heeft op meerdere maneges gewerkt en adviseert over voeding, training, uitrusting en stalling.

Op de hoogte blijven?
Ontvang praktische tips en reviews. Geen spam.
Geen spam. Je gegevens worden niet gedeeld.