De invloed van suiker in krachtvoer op hoefbevangenheid
Stel je voor: je paard, je maatje, staat in de wei en ineens hinkt het. Heel licht, maar je ziet het.
Een dag later is de hiel van de hoef heet, bijna als een bakje koffie. Het paard wil niet bewegen. Wat is er aan de hand? Hoefbevangenheid.
Een woord waar elke paardeneigenaar een broodhekel aan heeft. En wat blijkt?
De boosdoener zit vaak in een onschuldig ogend bakje krachtvoer. Te veel suiker. Het is een verhaal dat we vaker horen in de stallen, op de manege en bij de fokker. Een verhaal dat pijn doet, letterlijk en figuurlijk.
Want die suiker in krachtvoer, dat is geen loos alarm. Het kan de balans volledig verstoren.
En jij wilt weten hoe je dat voorkomt. Je wilt je paard beschermen.
Laten we het erover hebben, zonder om de hete brij heen draaien. Jij en ik, even aan de keukentafel met een kop koffie en een paard in gedachten.
Wat je echt nodig hebt voor een suikervrije aanpak
Je hoeft geen dierenarts te zijn, maar je hebt wel een paar dingen nodig. Eerst en vooral: een helder hoofd.
Je moet weten wat je zoekt in de ingrediëntenlijst op je zak krachtvoer. Daarnaast een simpele weegschaal voor je paard. Niet zo’n ding voor in de keuken, maar eentje die tot 700 kilo kan wegen.
Die heb je nodig om te controleren of je paard op gewicht blijft.
Verder een emmer, een maatbeker en een stalboekje. Een oud-school notitieboekje werkt prima. Je gaat dingen opschrijven.
Want meten is weten. En tenslotte: een beetje moed.
Het is soms lastig om van voermerk te wisselen, vooral als je paard er dol op is.
Maar het is nodig. Je bent de baas over de voeding, niet je paard. Verwacht geen wonderen op één dag. Dit is een proces van weken, soms maanden. Maar het resultaat is een gezonder paard en een stuk minder zorgen.
Stap 1: Check het etiket van je krachtvoer
Dit is de basis. Pak die zak krachtvoer erbij.
Misschien staat hij in de schuur, misschien net nieuw in de stal. Draai hem om en kijk naar de ingrediëntenlijst. Je zoekt twee dingen: suiker en zetmeel.
Vaak staan ze niet als 'suiker' vermeld, maar als 'melasse' of 'bietenmelasse'.
Melasse is een stroperig bijproduct van de suikerbiet en zit bomvol suiker. Het zorgt ervoor dat het voer lekker smaakt. Te lekker, soms. De vuistregel is simpel: wil je het risico op hoefbevangenheid verkleinen?
Dan wil je een krachtvoer met minder dan 5% suiker en 10-12% zetmeel. Tel ze bij elkaar op.
Suiker + zetmeel = totaal zetmeel. Houd dit samen onder de 15% om veilig te spelen.
In de paardensportwereld zie je vaak merken als Pavo, Cavalor of Saracen.
Bij Pavo SanoEnergy staat het suikergehalte op ongeveer 4%, een veilige keuze. Bij Cavalor Strucomix Hoef zit je ook rond de 3-5%. Check dit altijd. Staar je niet blind op de mooie foto op de zak. De cijfers op het etiket zijn je waarheid.
Veelgemaakte fout: denken dat 'licht verteerbaar' hetzelfde is als 'laag in suiker'. Dat is een foute aanname.
Sommige lichte voeders zitten vol met snelle energie uit suiker. Laat je niet misleiden door marketingpraat. Kijk naar de cijfers.
Als ze er niet op staan, bel de fabrikant of zoek de website op. Een gerenommeerd merk geeft deze informatie altijd. Wees kritisch. Jij bent de poortwachter voor je paard.
Stap 2: Bereken de hoeveelheid suiker per dag
Nu je weet wat erin zit, moet je weten hoeveel je paard binnenkrijgt. Pak je stalboekje en een rekenmachine.
Weeg precies hoeveel krachtvoer je paard krijgt. Geen schattingen. Echt wegen. Stel: je paard krijgt 1 kilo Cavalor Strucomix Hoef per dag.
Op het etiket staat 5% suiker. De rekensom is simpel: 5% van 1 kilo is 50 gram suiker. Dat is 0,05 kilo.
Nu tel je het suikergehalte van het ruwvoer erbij. Een gemiddelde flinke baal gras hooi bevat ongeveer 5% suiker.
Een paard eet zo'n 7 tot 8 kilo hooi per dag. Reken maar uit: 7 kilo hooi x 5% = 350 gram suiker. En dan de 50 gram van het krachtvoer. Totaal: 400 gram suiker.
Dit is een veilige hoeveelheid voor een gemiddeld paard van 500-600 kilo dat normaal beweging krijgt.
Is je paard zwaar werkend of een sportpaard in training? Dan mag het wat meer zijn, maar nooit boven de 1000 gram totale suiker per dag. Is je paard ouder, of heeft het overgewicht?
Dan moet je streng zijn. Probeer het totaal onder de 300 gram te houden. Schrijf het op. Elke dag.
Na een week kijk je naar het totaal. En dan pas je aan. Een veelgemaakte fout is het vergeten van de suiker in appels of wortels.
Een appel bevat al snel 20 gram suiker. Een handvol wortels ook. Tel dit mee! Het telt op. Elk snoepje telt.
Stap 3: Kies het juiste voer en pas de hoeveelheid aan
Als je berekend hebt dat je te hoog zit, is het tijd voor actie. Stap over op een laag-zetmeel krachtvoer. In Nederland en Belgie zijn er goede opties.
Denk aan Pavo Epona, een brok die speciaal is voor paarden met hoefbevangenheid of overgewicht.
De suikerinhoud is hier extreem laag, vaak onder de 2%. Ook Saracen Re-Leve is een bekende, ontwikkeld voor paarden met EMS (Equine Metabolic Syndrome).
Dit is een stalvoer, een muesli, met een suikergehalte van 4% en weinig zetmeel. De prijs ligt rond de €25,- tot €30,- per 20 kilo zak. Het is duurder dan standaard voer, maar je koopt gezondheid.
Pas de hoeveelheid aan. Een paard met hoefbevangenheid heeft minder nodig, maar vergeet ook de verzorging van droge hoeven niet.
Voer op basis van het ideale gewicht. Een paard van 600 kilo dat rust heeft, heeft vaak al genoeg aan 0,5 tot 0,75 kilo van dit speciale voer per dag, verdeeld over twee of drie porties. Geef nooit meer dan 1,5 kilo krachtvoer per maaltijd. Je paard kan de suiker niet verwerken als het in één keer binnenkomt.
Splits het dus op. Geef 's ochtends en 's avonds.
En geef het nooit direct voor zware training. Dat zorgt voor een suikerpiek.
De grootste fout die je kunt maken? Denken dat je paard 'honger' heeft en extra brokken geven. Bied liever extra ruwvoer aan van lage kwaliteit.
Veel stro of wat minder eiwitrijk hooi. Dat vult de maag, maar belast de stofwisseling niet.
Stap 4: Monitor en bijsturen is het sleutelwoord
Je bent er nu bijna. Je hebt het voer aangepast, de hoeveelheden berekend.
Nu begint het echte werk: observeren. Koop een hoefthermometer. Die kost ongeveer €20,-. Meet twee keer per dag de temperatuur van de hoeven.
Zet je paard op een vlakke ondergrond, bijvoorbeeld de stalvloer. Houd de sensor tegen de hoefwand, net boven de straal.
Zet de temperatuur op in je stalboekje. Zie je een piek van meer dan 3 graden Celsius vergeleken met de andere hoeven? Dit kan duiden op een beginnende hoefzweer; bel dan direct je hoefsmid en je dierenarts.
Dit is een vroeg signaal. Check ook het gewicht.
Gebruik een meetlint voor de buikomvang (de zogenaamde 'wither fat score' is lastiger zelf te doen).
De omvang net achter de voorbenen mag bij een paard van 1,60m niet meer dan 175 cm zijn. Zit hij erboven? Dan moet het voer nog verder omlaag. Zit hij eronder en is hij mager? Dan mag er iets bij, maar begin met ruwvoer.
Wacht met extra krachtvoer tot je de suikerpieken in de gaten hebt. Doe dit minstens vier weken lang.
Schrijf alles op: temperatuur, gewicht, hoeveelheid voer, gedrag. Is je paard rustiger of herstelt een bloeduitstorting na een trap sneller? Krijgt het minder last van hoefkatrol?
Dan ben je op de goede weg. Een veelgemaakte fout is stoppen met meten als het even goed gaat. Blijf controleren. Voorkomen is beter dan genezen.
Verificatie-checklist
Gebruik deze lijst om te controleren of je alles goed doet. Streep elk puntje af als het klaar is.
Zo weet je zeker dat je op de goede weg bent.
- Etiket check: Ik heb de ingrediëntenlijst gelezen en het suiker- en zetmeelgehalte genoteerd. Totaal zetmeel is lager dan 15%.
- Rekenwerk: Ik heb berekend hoeveel suiker mijn paard per dag binnenkrijgt (ruwvoer + krachtvoer + snoepjes). Het doel is onder de 400 gram voor een gemiddeld paard.
- Nieuw voer: Ik heb een laag-zetmeel krachtvoer gekocht (bijv. Pavo Epona of Saracen Re-Leve) en de prijs vergeleken.
- Porties: Ik verdeel het krachtvoer over minimaal twee of drie maaltijden per dag. Geen grote bak in één keer.
- Weegschaal: Ik heb een paardenschaal of meetlint en noteer regelmatig het gewicht/omvang.
- Thermometer: Ik meet twee keer per dag de hoeftemperatuur en noteer dit.
- Stalboekje: Ik schrijf alles dagelijks op: voer, temperatuur, gedrag. Dit helpt patronen te zien.