De impact van een te hoge bezettingsgraad op de parasitaire druk in de wei
Je staat ’s ochtends in de wei, kijkt naar je paard en ziet die ene plek waar hij constant staat te schuren.
De manen zijn wat uitgevallen, de staart zit vol kale plekken, en ondanks dat je gras van topkwaliteit geeft, valt hij niet aan. Het frustreert je. Je paard is je passie, of het nu gaat om een jong dressuurtalent, je trouwe springmaatje of een merrie die net is bevallen. Je wilt het beste voor ze.
Toch is er iets dat we vaak over het hoofd zien, iets dat letterlijk op de grond ligt: de dichtheid van je paarden op de wei. Een te hoge bezettingsgraad is een sluipmoordenaar voor de gezondheid van je kudde, en de schade wordt vooral veroorzaakt door iets kleins: parasieten. Laten we dit eens goed uitpluizen, zonder moeilijke termen, maar met de praktijk die jij kent.
Wat is een te hoge bezettingsgraad eigenlijk?
Een bezettingsgraad klinkt als een term voor een manager, maar het is simpelweg de verhouding tussen het aantal paarden en de grootte van de wei. Stel je voor: je hebt een wei van 2 hectare. Volgens de oude vuistregel mag je daar ongeveer 2 paarden op houden voor een redelijke grasmat en gezondheid.
Zet je daar ineens 4 of 5 paarden op, dan spreken we van een hoge bezettingsgraad.
Je paarden moeten dan veel harder werken om genoeg te eten te vinden. Ze eten het gras kort af, tot bijna op de grond.
Waarom is dat erg? Naast dat de grasmat kapot gaat en er modderpoelen ontstaan, is er een veel groter gevaar dat zich op de bodem afspeelt. De eitjes van parasieten, met name de kleine strongyliden (rondwormen) en de bekende lintwormen, blijven in de wei liggen.
Ze overleven het winterseizoen en wachten tot een paard ze op eet.
Als de wei leeg is, kunnen ze uitgroeien. Als de wei vol staat, eten paarden ze constant op, waardoor de cyclus in stand blijft en de besmettingsdruk enorm toeneemt.
De vicieuze cirkel van gras, mest en wormeitjes
Stel je een wei voor die intensief wordt gebruikt. De paarden grazen en produceren mest.
In die mest zitten miljoenen eitjes van wormen. Als de wei leeg is, kunnen die eitjes rustig uitgroeien tot larven die weer op het gras klimmen. Maar als er constant paarden lopen, eten ze die larven direct op. Het gevolg?
De wormen ontwikkelen zich in de darmen van het paard, leggen eitjes, en die komen via de mest weer op de wei.
Dit proces gaat sneller naarmate er meer paarden op een stukje wei staan. Een ander gevaar is de mestkever. In een wei met veel mest (want: veel paarden) doen mestkevers hun werk.
Ze verwerken de mest en verstoppen de wormeitjes diep in de grond of in hun eigen larven. Dit maakt het bijna onmogelijk om ze weg te halen met simpele maatregelen.
Je paard blijft besmet raken, ongeacht hoe vaak je ontwormt. Vooral voor merries met veulens is dit risico groot.
De veulens likken aan de grond en de mest en raken direct besmet. Een jong paard heeft nog geen weerstand opgebouwd en kan hier erg ziek van worden.
Wat doet deze hoge druk met je paard?
Een paard met wormen ziet er vaak niet direct ziek uit, totdat de besmetting te hoog oploopt. Je merkt het aan subtiele signalen: een doffe vacht, een hangend hoofd, vermageren ondanks voldoende eten, of een opgezette buik.
Vooral bij sportpaarden, die topconditie nodig hebben, is dit funest. Naast een goede hygiëne en de invloed van de stalbodem op het welzijn, speelt ontworming een cruciale rol; een paard met wormen heeft immers minder energie en herstelt slechter na training.
Denk aan je dressuurpaard dat net die extra stap nodig heeft voor de procenten, of je springpaard dat die ene hindernis moet nemen. Ze lopen letterlijk tegen hun limiet aan door parasieten. Er is ook een specifieke aandoening die we veel zien bij hoge bezettingsgraad: de lentegras-parasiet ( kleine strongyliden).
Als in het voorjaar het gras begint te groeien, zitten de larven van de wormen in de bodem te wachten. Ze kruipen omhoog zodra het gras groeit. Paarden die in een wei staan die al jaren intensief wordt gebruikt, happen hier elke dag in. Ze ontwikkelen een chronische darmaandoening, die darmparasitose heet.
Dit is een aandoening die moeilijk te behandelen is met alleen ontwormingsmiddelen.
De oplossing zit hem in management, niet in medicijnen.
Hoeveel paarden mag je nu echt op een wei?
Er bestaat geen magisch getal, maar er zijn wel vuistregels die helpen. De basis is simpel: hoe meer ruimte, hoe lager de parasitaire druk.
De ideale situatie is een wisselweide-systeem. Je verdeelt je wei in meerdere stukken, bijvoorbeeld 4 stukken van 1 hectare. Je paarden staan 1 week op stuk A, dan 2 weken op stuk B, enzovoort.
Tijdens de rustperiode maai je het gras kort en laat je de wei 'leeg' staan.
De larven en eitjes op de grond sterven af door zonlicht en uitdroging. Denk ook aan het comfort van je paard; zo kun je eenvoudig een schaduwrijke plek op de wei realiseren. Wat als je weinig grond hebt? Dan is de regel: probeer minimaal 0,5 tot 1 hectare per paard te hanteren voor een redelijke bezetting.
Als je een kleiner stuk wei hebt, bijvoorbeeld 5000 vierkante meter (0,5 hectare), dan kun je beter een kleiner aantal paarden houden of de wei heel kort begrazen en snel wisselen. Let op: als je paarden op 0,5 hectare zet, is de mestdichtheid per vierkante meter enorm hoog.
Dit is een ideale broedplaats voor parasieten. Pas op met merries en veulens; die hebben meer ruimte nodig omdat ze gevoeliger zijn.
Praktische tips om de parasitaire druk te verlagen
Het goede nieuws: je hoeft niet meteen een stuk grond bij te kopen.
Er zijn genoeg manieren om de schade te beperken. Hieronder vind je een lijst met acties die je meteen kunt toepassen: Denk ook aan de aanschaf van goede producten die helpen bij weidemanagement. Een simpele mestvork (€15,-) is essentiel. Een goed hooinet (€20,-) helpt ook.
- Voer van de grond: Zorg dat je paard niet direct van de grond eet. Gebruik een hooinet of voerton. Dit voorkomt dat ze eitjes opnemen die net boven de grond zweven.
- Mest ruimen: Verwijder mest minimaal 1 à 2 keer per week uit de wei. Dit breekt de cyclus van wormeitjes. In een wei met hoge bezetting is dagelijks mestruimen ideaal.
- Wisselweiden: Zoals gezegd: wissel de wei regelmatig. Laat stukken minimaal 4 tot 6 weken rusten. Zaai tussendoor eventueel snelgroeiend gras in.
- Ontwormen op basis van mestonderzoek: Gooi niet zomaar allerlei pasta's naar binnen. Doe elke 3 tot 6 maanden een mestonderzoek (kost ongeveer €25,- per monster). Zo weet je welke wormen er spelen en welk middel je nodig hebt. Dit bespaart geld en voorkomt resistentie.
- Gras maaien: Maai de wei kort tijdens de rustperiode. UV-licht doodt de eitjes.
- Let op de leeftijd: Houd jonge paarden en veulens zoveel mogelijk gescheiden van volwassen paarden. Zij zijn vatbaarder en besmetten elkaar sneller.
Als je serieus aan de slag wilt met wisselweiden, kun je denken aan elektrische afrastering (rond de €100,- tot €200,- voor een setje). Het kost even tijd, maar het bespaart je dierenartsrekeningen en zorgt voor een gezonder paard.
Uiteindelijk draait het allemaal om bewustwording. Een paard is een grazend dier dat in de natuur grote gebieden aflegt.
In Nederland proppen we ze soms te veel op een kluitje. Door de druk te verlagen, geef je ze niet alleen meer gras, maar ook een stukje weerstand terug. Een gezond paard presteert beter, zeker wanneer je let op de luchtkwaliteit in de stal, voelt zich fijner en leeft langer.
En dat is wat we als ruiter en verzorger toch allemaal willen? Zorg goed voor je paard, en voor je wei.